Michaël Aerts

Michaël Aerts
Let op onze woorden: Michaël Aerts is een naam om te onthouden. De kunstenaar uit Dendermonde ontwierp de kaft van het tweede Argusboek, stelt internationaal tentoon en zijn werk wordt aangekocht door grote kunstcollecties in binnen- en buitenland. Zijn ontdekker: Mark Deweer van DEWEER gallery uit Otegem. Een dubbelinterview.
DEWEER gallery is al decennia lang een vaste waarde in de Belgische en internationale kunstwereld. Toch bent u van oorsprong een tapijtenproducent. Hoe bent u in de kunst terecht gekomen?
Mark Deweer: ‘Kunst verzamelen is altijd mijn hobby geweest. Toen ik afgestudeerd was, ging ik heel regelmatig naar galeries, tentoonstellingen en musea. Eén van mijn vrienden zei me op een dag: ‘Met jouw gevoel voor kunst zou jij een galerie kunnen beginnen’. Dat was voor mij al genoeg om er effectief één uit de grond te stampen.’

Hoe begon u eraan, zo zonder enige voorkennis?
‘Ik had geen diploma kunstgeschiedenis, dus ik moest alles inhalen. Jarenlang las ik enorm veel over moderne kunst. Maar wat me het meest boeide was de pop-art. Op een moment wou ik zeer graag een litho van Andy Warhol of David Hockney kopen. Maar tot mijn grote verbazing waren die in België nergens te krijgen. Dus ben ik in 1979 maar zelf begonnen met Britse pop-art te exposeren in mijn galerie, die trouwens in het begin op de zolder van mijn huis was. David Hockney, Allen Jones, Peter Blake: ik heb ze allemaal tentoon gesteld. Drie jaar later, in 1982, was ik al uitgenodigd om met een privévliegtuig met de beste Vlaamse galeriehouders naar de Documenta in Kassel te vliegen. Daar legde ik de contacten om later de Duitse ‘Neue Wilden’ zoals Baselitz, Rainer Fetting en Elvira Bach te exposeren. Vanaf dan stond ik officieel op de kaart. Ik was mijn stempel van ‘tapijtenfabrikant die niks van kunst kent’ definitief kwijt.’

Naast de grote namen als Tony Cragg en Ilya Kabakov is het opvallend hoeveel Belgische kunstenaars aan de galerie verbonden zijn. Heeft dat een reden?
‘We willen die inderdaad graag ondersteunen. Eén van de eerste was Panamarenko. Ik herinner me nog goed onze eerste ontmoeting. Met Panamarenko afspreken was toen onmogelijk. De enige manier om hem te bereiken was om hem een brief te schrijven met het uur en de dag waarop je zou langskomen. Dus deed ik dat. Op het gekozen uur belde ik aan zijn deur. Na meer dan een half uur wachten, kwam hij uiteindelijk opendoen. Eerst lachte hij me uit, maar ik kon zijn vertrouwen en respect winnen. Nu zijn we beste vrienden. Zelfs nu hij gestopt is als kunstenaar, belt hij me nog regelmatig op. Ik heb veel van zijn belangrijkste werken in mijn bezit, omdat hij vindt dat ze bij mij het veiligst zijn. Het mooiste teken van zijn respect kwam er op de 25ste verjaardag van de galerie, toen hij tegen Jan Hoet zei: ‘Wel, ik had toch niet durven denken dat DEWEER gallery zo mooi zou uitgroeien. De liefde voor kunst moet diep zitten.’

Hoe bent u op Michaël Aerts gestoten?
‘Via mijn zoon. Hij had al een paar keer werk van hem gezien en was overtuigd van zijn talent. Als de galerie wil doorgroeien in de toekomst, moeten we nieuwe kunstenaars op stal halen. We noemen Michaël altijd ‘de nieuwe Jan Fabre’ of ‘de nieuwe Panamarenko.’
Kan je leven met die vergelijking, Michaël?
Michaël Aerts: ‘Ik zit inderdaad in die traditie van typisch Belgische kunst, die aansluit bij het werk van Delvoye, Panamarenko of Fabre. Dat ik aan dezelfde galerie verbonden ben als hen, is een mooie kans.’

Uw werk bestaat uit tekeningen en zogenaamde ‘mobiele’ monumenten. Kan u daar wat toelichting bij geven?
‘We leven in een patriarchale maatschappij. Monumenten zijn een soort fallussymbolen die macht uitstralen. Ze zijn altijd gebonden aan een bepaalde persoon, bepaalde plaats en bepaalde gemeenschap. In de 21ste eeuw reizen mensen de wereld rond en komen ze in aanraking met een heleboel monumenten die ze niet kennen of niet begrijpen. Als we een Boeddhabeeld zien, snappen we daar de functie of impact niet van. Ik wil monumenten (die een soort van cultureel patrimonium zijn) mobiel maken. Naarmate die veranderen van plaats, verandert ook de betekenis.’
Uw werk gaat ook over communicatie, niet toevallig hét kernbegrip in de 21ste eeuw.
‘Ik ben een beeldend kunstenaar, dus ik communiceer met beelden. Ik werk niet voor een klein kransje kunstminnaars, maar voor de gemeenschap. Het is niet mijn bedoeling om een personencultus rondom mezelf te creëren zoals artiesten als Joseph Beuys dat heel hun leven deden. Ik wil gewoon zoveel mogelijk mensen bereiken.’
DEWEER gallery
Tiegemstraat 6A
8553 Otegem
T 056 64 48 93
info@deweergallery.com
www.deweergallery.com