Marc Coucke

Marc Coucke
Marc Coucke, de topman van Omega Pharma, heeft een hart voor kunst. Zijn idee was het om Kamagurka alle 366 dagen van 2008 een schilderij te laten maken. Het jaar is intussen over halfweg en de ‘Kamalmanak’ blijkt een overweldigend succes. ‘Binnen de 4 jaar hebben we een tentoonstelling in New York.’
Vanwaar kent u Kamagurka?
Marc Coucke: ‘We zijn allebei supporter van KV Oostende. Ik ga er al sinds ik 8 jaar ben, dat is intussen 35 jaar geleden. In Oostende komt zodanig weinig volk dat je elkaar wel móet tegen het lijf lopen. Op Beaufort 2006, de tentoonstelling voor hedendaagse kunst aan de Belgische kust, waren mijn vrouw en ik behoorlijk onder de indruk van een werk van een zekere Luc Zeebroek. Toen we aan curator Willy Van den Bussche vertelden dat we die Zeebroek een internationale doorbraak toewensten, vertelde hij ons dat dat het pseudoniem was van Kamagurka.’

Pieter-Jan Vanstockstraeten © Photo News
Hoe komt u dan uit bij het idee voor de Kamalmanak?
‘Zoals het met veel businessingevingen gaat bij mij: ik stond op een morgen op en ik had het idee. In plaats van elke dag een mop op de almanak, maakt Kamagurka elke dag een schilderij. Kama was er meteen voor te vinden, want hij wil echt een schilder worden. Een paar maand lang sloeg hij aan het oefenen, tot hij me zijn eerste werk voorlegde. We keken naar elkaar en ik zei: ‘je bent er klaar voor’.
Het betekent een noodgedwongen carrièrewissel voor Kamagurka.
‘Door zijn werk voor de Kamalmanak zal hij inderdaad minder optreden en meer schilderen, maar dat vond hij zelf niet erg. Iedereen kende Kama vroeger als lolbroek, cartoonist of cabaretier. Maar 5 maanden na de start van de Kamalmanak noemden ze hem op de VRT al ‘de kunstenaar Kamagurka’. Je kan je niet inbeelden hoe blij hij was. Kamagurka is een keiharde werker, maar ook één van de meest verstrooide mensen die ik ken. Gelukkig hebben we het concept voor de Kamalmanak relatief simpel gehouden: hij moet elke dag een schilderij maken. Hadden we afgesproken om om de vier dagen iets te schilderen, hij zou het wellicht telkens vergeten zijn.’

Kamagurka en Mark Coucke / Pieter-Jan Vanstockstraeten © Photo News
Bent u tevreden over zijn werk?
‘Op voorhand had ik Kamagurka twee voorwaarden gesteld: het project moet leuk blijven en het werk moet sterk zijn. En ik ben heel erg tevreden: Kama’s inspiratie is indrukwekkend. Hij werkt tegelijkertijd aan een 20-tal schilderijen en werkt datgene af wat hij die dag het beste aanvoelt. Hij is één van de meest veelzijdige kunstenaars die ik ken. Picasso had enkele jaren zijn roze en blauwe periode, Kama heeft eens zijn kubistische week of zijn groene dag.’
Slaat het project ook aan bij het publiek?
‘Het is een overweldigend succes. Mensen kunnen op voorhand een schilderij bestellen op de gewenste datum. Ze kopen dus zonder dat ze het resultaat gezien hebben. En wat blijkt: mei en oktober waren bijna onmiddellijk helemaal uitverkocht. Blijkbaar trouwen veel mensen in die maanden. Mijn job was om tegen eind 2008 ongeveer één derde van de schilderijen verkocht te krijgen. Dan waren we break-even. Op drie weken tijd was het al zover. Ik had nooit durven denken dat het zo snel zou gaan. En ik had niet eens de grote kunstcollectioneurs aangeschreven. De meeste kopers zijn mensen die wel het geld en een interesse in kunst hebben, maar nog nooit een kunstwerk gekocht hebben. Ook in het buitenland krijgt het project trouwens steeds meer aandacht: er zijn musea uit Nederland, Duitsland, Zwitserland, Engeland en Amerika die al interesse toonden. Ook de website haalt meer dan 10.000 bezoekers per dag. Intussen zijn er bijna 4 mensen fulltime bezig met dit project. Dat is toch ongelofelijk?’

Wat wil u eigenlijk bereiken?
‘Het zou geweldig zijn mocht Kamagurka tot het kransje Belgische kunstenaars zoals Jan Fabre en Wim Delvoye behoren, die groot succes hebben in het buitenland. Maar het is tegelijk ook een flinke opsteker dat het succes eerst in Vlaanderen begint. Vaak is het omgekeerd: kunstenaars moeten eerst een expositie in New York hebben vooraleer ze bij ons geapprecieerd worden. Ik heb met Kamagurka een weddenschap aangegaan: binnen 5 jaar hebben we een tentoonstelling in New York. Het zal zo lang niet meer duren, ik voel het. Wie de weddenschap verliest, trakteert een etentje in het Hof van Cleve. Zeg dus maar tegen Peter Goossens dat hij zijn zaak nog minstens vijf jaar openhoudt.’
Is het succes van de Kamalmanak te wijten aan uw goed businessmodel?
‘99 procent van het project staat of valt met Kama’s geniale talent. Eén procent is mijn zakelijke inbreng. Maar zonder dat ene percentje zouden we nu niet staan waar we staan. Alles draait om zijn doeken, maar er is een businessplan nodig om het tot een succes te maken. We kunnen dit trouwens maar één jaar doen. Kama zal leeggeschilderd zijn op het einde van 2008. Eerlijk gezegd hadden we veel kritiek verwacht van mensen die zeggen dat kunst met een businessmodel eigenlijk geen kunst is. We hebben de criticasters nog altijd niet gehoord.’
U zit op het raakvlak tussen kunst en commercie. Is een Kama kopen een goeie belegging?
‘Ik hoop dat er zo weinig mogelijk mensen een Kama kopen om die reden. Ik hoop wel dat iedereen er een goede zaak mee doet en dat ze na verloop van tijd een nulletje meer waard worden. Maar als je ziet dat iedereen een werk reserveert op de huwelijksverjaardag of de verjaardag van de dochter, dan denk ik niet dat ze het doen voor het geld. En als de waarde zou stijgen, denk ik dat bijna alle mensen aan wie we een werk verkocht hebben zullen zeggen: leuk, maar we gaan het toch in onze living laten hangen.’
Welke kunstenaars zijn cruciaal geweest in uw leven?
‘Ik heb een boon voor onbekende kunstenaars, van wie ik hoop dat ze de sterren van morgen zullen worden. En ik heb een grote bewondering voor de conceptuele kunst van Yves Klein en Marcel Duchamp. Zij hebben ‘het idee’ tot een kunstvorm verheven. Dat was extreem vernieuwend en heel erg controversieel in hun tijd. Het is door Klein en Duchamp dat we de getatoeëerde varkens van Wim Delvoye nu kunst mogen noemen. Anders moest hij daar nu nog voor vechten.’