Xavier Donck

Xavier Donck
Xavier Donck is zoveel meer dan een degelijke, klassiek geschoolde architect uit Deinze. Bovenal is hij een erudiet man, waarmee een interessant gesprek aanknopen eigenlijk een koud kunstje is. ‘Alleen intelligentie kan de wereld redden.’
Hoe is uw bureau ontstaan?
Xavier Donck: ‘Superspontaan eigenlijk. Zoals zovele architecten in Vlaanderen, ben ik uit de school ‘gevallen’. Ik bedoel : met een diploma op zak weet je niet waar je aan begint. Je weet wel wat een huis bouwen is, maar als architect ben je radeloos. Na mijn stageperiode heb ik quasi onmiddellijk beslist zelfstandig te worden. Ik had al een aantal opdrachten voor alleenstaande villa’s voor klanten die in me geloofden.’

Uit welk nest komt u?
‘Ik kom uit een zeer bourgeoisie achtergrond. Maar ik ben altijd de vreemde eend in de bijt geweest. Veel mensen uit mijn familie en entourage vinden me nog altijd ‘een speciale’. Ik ben altijd een kritische geest geweest, die niet voor de gemakkelijkste weg kiest. Het is gemakkelijk om altijd ‘ja’ te knikken, een kritische blik meesleuren is veel lastiger.’
Hoe heeft u uw stijl ontwikkeld?
‘Op Sint-Lucas in Gent heb ik één cruciale mentor gehad : Juliaan Lampens, de modernistische architect uit Eke. Het is een wat zonderlinge figuur. Ik was één van de enige van mijn jaar die met hem overweg kon. We konden erg goed discussiëren met elkaar en op een dag zei hij mij : “Donck, nu moet je je ei leggen”. En hij praatte niet meer met mij tot ik mijn eerste plan op papier had. Lampens heeft me de stap leren zetten tussen over architectuur filosoferen en die gedachten ook in de praktijk omzetten.’

Wat is de belangrijkste les die u geleerd hebt?
‘Een architect mag zijn smaak en favoriete woonvorm niet opdringen aan de klant. Ik ben niet betaald om voor iemand een huis te tekenen waar hij zich niet goed in voelt. Een huis is een confrontatie met het ‘zijn’ van de opdrachtgever. Een architect wordt gevraagd op een moment dat mensen zichzelf een plezier willen doen : ze willen een eigen stekje.’
Hoe zou u uw stijl beschrijven?
‘Ik ben een leerling van de modernisten, maar mijn praktijk heeft me geleid tot een heel klassieke bouwstijl. Dat is eigenlijk heel toevallig gebeurd : in het begin van mijn carrière ben ik in een bestaande pastorij gaan wonen. Op een bepaald moment vraagt iemand me of ik een hedendaagse pastorij voor hem kan ontwerpen. Ik deed dat, en daarna volgden nog enkele klassieke opdrachten : verbouwing van een hoeve, fermette, alleenstaande villa,… Als vanzelf kweekte ik een vocabularium in die klassieke branche. Het strookt met mijn eigen smaak : ik ben niet per se minimalistisch ingesteld, voor mij mag het wat barok zijn.’

Heeft u last van beroepsmisvorming?
‘Ik ben constant bezig in mijn kop. Een plan is het resultaat van een gedachtengang waar ik al weken in mijn hoofd mee bezig ben. Het is een soort bezetenheid : in mijn hoofd valt het nooit stil, het jeukt altijd een beetje. Maar beroepsmisvorming zou ik dat niet durven noemen. Ik heb geen beroep, ik heb niet het gevoel dat ik moet werken. Voor mij is werken : dingen doen die ik niet graag doe. Mijn haag scheren bijvoorbeeld.’
U bent momenteel ook bezig met een project voor Peter Goossens.
‘Op een adembenemende locatie in Wannegem bouw ik een huis dat op zijn lijf geschreven is. Dat is heel belangrijk, want een woning is het maatkostuum van de bewoner. Weet je, er zijn drie elementen van levensbelang in goeie architectuur : locatie, locatie en locatie. Er moet een setting zijn voor een ontwerp, het naakte gebouw is waardeloos.’

U bent een erg belezen man. Vindt u dat belangrijk voor een architect?
‘Een architect moet erudiet zijn. Architectuur gaat niet over mooie tekeningen maken. Het gaat over de culturele bagage die je in je ontwerpen steekt. Je moet veel weten. Intellegentie is het enige wat de wereld kan redden. En je ziet ook dat intelligente mensen het altijd veel verder brengen dan anderen. Ik kan mij ongelofelijk opjagen in domheid. De kracht van eruditie is om te weten wat er in de geschiedenis is gebeurd, om er niet in te blijven vasthangen.’
Hoe houdt u vinger aan de pols met de actualiteit van de architectuur?
‘Ik tracht minstens één keer per jaar naar New York te gaan, om inspiratie op te doen. Ik kom altijd boordevol energie terug. Mijn doel is te weten te komen waar we hier binnen 10 jaar mee bezig zullen zijn. De kunstwereld volgen, helpt ook : de manier waarop kunstenaars naar de wereld kijken, is meestal bijzonder visionair. Ze brengen op een subtiele manier pijnlijke thema’s pijnloos over. Dat is voor mij de kracht van de kunst.’
Xavier Donck & Partners
Witte Kaproenenstraat 20
9800 Deinze
T 09 386 96 86
J’ai vu une interview de vous dans un journal . Pourriez-vous m’aider et me dire quelle galerie represente à bruxelles ( ou en belgique ) Tim Noble & Sue Webster ? Merci
Zoudt U zo vriendelijk ziijn mij een antwoord te geven . Dank U . fquerton